Een heilig iemand

Een heilig iemand

Hebr. 4: 14 – 16
Nu wij een hooggeplaatste hogepriester hebben die de hemelsferen is doorgegaan, Jezus, de Zoon van God, moeten we vasthouden aan het geloof dat we belijden. Want deze hogepriester kan met onze zwakheden meevoelen omdat Hij, net als wij, in elk opzicht op de proef is gesteld, maar dan zonder te zondigen. Laten we dus zonder schroom de troon van Gods genade naderen, waar we telkens als we hulp nodig hebben barmhartigheid en genade vinden.

Het is al jaren geleden, maar ik ben het nooit vergeten.
Op een avond word ik opgebeld door een jongeman. Hij is met zijn vrouw in het ziekenhuis. Zijn vrouw moet bevallen, maar dat dreigt mis te gaan, en dat ging ook mis. Ik ben daar naar toe geweest - het zijn van die gebeurtenissen die gelukkig maar zelden voorkomen in een domineespraktijk. Het gaat me nu niet om die situatie, maar om de manier waarop hij mij vroeg om te komen. Hij zei letterlijk: "ik ben op zoek naar een heilig iemand".
Mijn eerste reactie was dat ik terugschrok. Ik, een heilig iemand? Ben je wel aan het goede adres? Dat heb ik niet gezegd, want ik had wel snel door wat hij bedoelde. Het ging niet om mijn heiligheid, in de zin van morele perfectie. Hij zocht in zijn nood, iemand die vanwege zijn functie iets kon doen toen de dokter niks meer kon doen - bidden, zegenen, nabij zijn.

Er zijn situaties in je leven, dan heb je een heilig iemand nodig. Dan kun je het niet meer op eigen kracht. Dan heb je behoefte aan iemand, een medemens, die het voor jou zegt of doet.

In alle religies heeft de priester een vergelijkbare functie. Hij of zij bemiddelt tussen de wereld van het heilige en de wereld van de mensen. De priester bidt voor de mensen. Hij of zij spreekt de zegen uit.
Daarnaast is de priester degene die het offer voltrekt. Dat element speelde in de tijd van de Bijbel volop mee, en in allerlei religies vandaag de dag nog steeds. Het offer dat bedoeld is om de zonden te verzoenen - in de Hebreeënbrief wordt dat genoemd. Het offer dat in het algemeen de functie heeft om de goden gunstig te stemmen, om hun zegen af te smeken, vruchtbaarheid enzovoort.
Jezus wordt geschetst als onze hogepriester, die door zijn weg en zijn lijden "de hemelsferen is doorgegaan". Dankzij hem kunnen wij "zonder schroom de troon van Gods genade naderen, waar we telkens als we hulp nodig hebben barmhartigheid en genade vinden". 
Dat zijn krachtige beelden. Ze zijn zeer zeker bedoeld om wankelmoedige gelovigen een hart onder de riem te steken. Het is een oproep om het voorbeeld van Jezus niet los te laten. Om zijn priesterlijke weg door het leven en door het lijden heen, vast te houden. Om jezelf daar als het ware op te trekken. Dan zullen we, als we hulp nodig hebben, die ook vinden.

Maar ik denk dan, dat zijn allemaal mooie woorden, ware woorden - maar tegelijk ook woorden die een bepaalde afstandelijkheid houden. Goed orthodox, maar ervaar ik het ook zo? Is dat taal waarin ik mijn geloof vandaag zou uitdrukken? Ik weet dat niet. Daar zoek ik naar.

Wat blijft is die ervaring van die jongeman.
Dat diepe gevoel dat ieder mens dunkt me op sommige momenten in het leven herkennen kan, "ik heb een heilig iemand nodig", of anders gezegd: ik kan het niet alleen. Ik heb iemand nodig, die nu, hier, er voor mij is, mij kracht geeft, mij troost, mij bemoedigt, die mij aanspreekt. Iemand die voor mij bidt - want ik heb geen woorden meer. Iemand die mij zegent, want geen mens kan zichzelf immers zegenen...

In die oude Hebreeënbrief word ik getroffen door het beeld van Jezus als de hogepriester, die "met onze zwakheden mee kan voelen, juist omdat hij, net als wij, in elk opzicht op de proef is gesteld".

Jezus is God met de mensen en God bij de mensen. De hogepriester. In de concrete ontmoeting, in het gesprek, in de aanraking, krijgt dat gestalte. Worden (vrome?) woorden waar. In de ontmoeting maakt Hij mensen vrij, spreekt Hij van genade en van geloof dat redding brengt. In de alledaagsheid van zijn voorbeelden, graan en zaad, brood en vis, toont Hij de kracht van het Koninkrijk, het volle, geheelde leven. Hij spreekt tot de verbeelding. In zijn menselijkheid voelt Hij met ons mee, in alles ons gelijk, behalve in de zonde.

Ik heb die ‘heilige iemand’ Jezus nodig.
De priester. De middelaar. Mens als ik, Zoon van God.
Zijn beeld, zijn voorbeeld ook - want we kunnen allemaal die priesterlijke dienst aan elkaar schenken – heb ik nodig. Om vast te houden aan mijn geloof, dat in Zijn weg eeuwige redding besloten ligt. Leven uit de dood.

ds. Bert Altena
meditatie voor Leeftocht (april 2026)

terug